Montée de Tonnerre
Een waarschijnlijk gebeurd verhaal over goede wijn uit een slecht jaar.
Met een klap smeet ze de deur open. Direct voelde hij de snijdende kou van buiten die naar binnen werd gezogen. De blik in haar ogen vertelde genoeg. Zelfs het transistorradiootje dat altijd in de keuken stond begon te ruizen door de kou.
Hij stond verstijfd op van tafel en keek haar aan met vragende ogen, zonder dat een antwoord nog nodig was.
Deze nacht had niemand zien aankomen. Maar hij zou de rest van 1991 tekenen. Niet alleen in de stijl van de wijn, maar ook financieel zou deze ijskoude nacht doordreunen tot ver in de toekomst. Een toekomst waar Gisèle en Christophe nu niet aan wilden denken.
Was het naïviteit? Onoplettendheid of Laksheid?
Het voorjaar was juist zo goed begonnen. De lente had zich al volledig ontpopt. En dan, eind april, knalde er ineens de nachtvorst er in met plaatselijk min zeven. Knoppen die al voorzichtig uitliepen, stierven in één nacht.
De dagen na deze catastrofe liep Christophe door zijn tien hectare wijngaard. Elke stap zakte de moed dieper in zijn schoenen. Nauwelijks tien procent van de knoppen was nog over. De rest, zwart en verschrompeld, zouden nooit kleine baby-druifjes worden.
Hun liefde was al op school begonnen. Na een gezamenlijke studie oenologie in Beaune en een schitterende bruiloft op hun drieëntwintigste, kregen ze de kans om negen hectare wijngaard in Chablis over te nemen van de oude oom van Gisèle. De lening bij de bank was fors, maar als ze elk jaar voldoende wijn konden maken en verkopen, zou alles binnen zes jaar afbetaald zijn.
De kroon op het nieuwgeboren wijndomein was een perceel in de wijngaard Montée de Tonnerre, afkomstig uit een erfenis die onder Christophe en zijn broers werd verdeeld. Deze Premier Cru ligt hoog op de helling en knuffelt bijna tegen de Grand Cru-heuvel van Chablis aan. In totaal mochten Gisèle en Christophe één hectare op hun naam schrijven.
Christophe smeet opnieuw de deur open, maar dit keer voelde hij de warmte van de lentezon de keuken binnenstromen. Gisèle zag het meteen. Die sprankel in zijn ogen.
Twee avonden lang hadden ze de toekomst weggedronken. Alle hoop leek verloren. Tot de inspectie van Montée de Tonnerre. Door de hogere ligging was de vorst daar nauwelijks gekomen. Geen enkele knop beschadigd.
Hun Premier Cru kon zelfs in dit rampjaar een grootse wijn voortbrengen.
Domaine Gercourt herpakte zich. De zomer brak aan. De acceptatie van een kleine oogst straks in september bracht rust. Mede dankzij de zekerheid van Montée de Tonnerre. Hun Premier Cru zou zelfs menige Grand Cru in de schaduw zetten.
En als een wonder was er nog iets nieuws geplant. Geen wijnstok, maar een kleine knop in de buik van Gisèle. Warm en veilig. Een plek waar geen nachtvorst kon komen.
Toen er geplukt moest worden, eind september, kwam bij Christophe het besef opnieuw binnen. De ‘gewone’ wijngaarden droegen dit jaar soms maar één tros per rank. Hier viel geen geld te verdienen. Geen buffer. Geen marge.
Een week later was Montée de Tonnerre aan de beurt. Financieel kon deze hectare het domein niet redden. Maar het fruit was uitzonderlijk. Klein, geconcentreerd, intens. Hier kon hij een wijn van maken met aanzien. Misschien zelfs met naam.
Een paar dagen voor het nieuwe millennium. Kerstavond 1999.
Gisèle komt binnen met een enorme schaal oesters, kreeften en coquilles. Romany speelt op haar GameBoy terwijl uit een nieuwe Sony-installatie Robbie Williams klinkt. She’ s the One.
Zijn moeder en haar ouders zitten aan tafel. De sfeer is uitgelaten.
“Ik maak de wijn alvast open,” roept Christophe vanuit de
keuken.
Langzaam, met beleid, plopt de kurk eruit. Zijn neus duwt hij bijna in de fles om kurk uit te sluiten. De geur, ziltig, met een vleugje romigheid, raakt hem onverwacht diep. Een zintuig wordt geactiveerd op plekken die hij nog niet kende.
Bij het scheiden van een eeuw denkt hij terug aan 1991. Dat jaar was één grote leerschool geweest. Als wijnmaker. Als ondernemer. Maar bovenal als mens. Als vader.
Deze Premier Cru was de samenvatting van dat jaar geworden.
Als de druiven tijdens de oogst hadden kunnen praten, hadden ze
gezongen: “Het komt echt wel goed hoor.”
Gisèle neemt de fles zacht uit zijn hand. Ze weet het. Hij zit even in zijn eigen wereld. Dat hoort bij hem. Dat hoort bij het leven. Terugkijken. Relativeren. Genieten.
Ze schenkt de heldere wijn in extra mooie glazen. De kleur heeft een zweem van galia-meloen.
Christophe pakt het glas weer van haar over. Het lijkt op een paringsritueel. Hij ruikt opnieuw.
Montée de Tonnerre is al door het inschenken zich meer gaan presenteren.
“Pap, wat is er?” vraagt Romany.
Ze ziet de emotie die hij niet meer kan verbergen.
Hij hoort het opnieuw. Uit het glas. Uit het verleden. Uit zichzelf.
“Het komt echt wel goed hoor.”
Hij kijkt zijn dochter aan.
“Het komt goed,” zegt hij zacht. “Het komt goed.”
